Vingeroefeningetjes:
· Zet de handen voor je plat tegen elkaar aan. Beweeg om de
beurt je duimen,wijsvinger,middelvinger,ringvinger,pink van
elkaar af en tegen elkaar aan.
· Duimen: Loop steeds “rondjes” met je duim van de ene hamd
en wijsvinger van je andere hand. Als dit makkelijk gaat, doe
je het met je duim-middelvinger, duim-ringvinger, duim-
pink. Ook kun je het direkt na elkaar doen. Dan loop je een
soort trappetje .Dan laat je om de beurt alle vingers van je
handen aan de beurt komen. Bij je pink ga je dan weer terug
via de ringvinger.
· Hou beide handen voor je. Loop nu met je beide handen
tegelijk met je duim bij alle vingers langs, heen en terug.